Tafel van 10 oefenen
Wil je de tafel van 10 oefenen? Kies hierboven een oefening en ga direct aan de slag. Vul de antwoorden in, maak meerkeuzevragen of oefen alle sommen door elkaar. De tafel van 10 is eenvoudig te herkennen: achter ieder getal komt een nul te staan.
Hoe werkt de tafel van 10?
Bij de tafel van 10 tel je steeds tien verder. De antwoorden beginnen met 10, 20, 30, 40 en 50. Zo is 3 × 10 hetzelfde als 10 + 10 + 10. De uitkomst is 30.
Een keersom mag je ook omdraaien. Als je weet dat 10 × 7 gelijk is aan 70, dan weet je meteen dat 7 × 10 ook 70 is.
Alle sommen van de tafel van 10
De tafel van 10
| 1 × 10 = | 10 |
| 2 × 10 = | 20 |
| 3 × 10 = | 30 |
| 4 × 10 = | 40 |
| 5 × 10 = | 50 |
| 6 × 10 = | 60 |
| 7 × 10 = | 70 |
| 8 × 10 = | 80 |
| 9 × 10 = | 90 |
| 10 × 10 = | 100 |
De handige nultruc
Een som uit de tafel van 10 kun je snel uitrekenen. Neem het getal waarmee je vermenigvuldigt en zet er een nul achter. Bij 7 × 10 zet je een nul achter de 7. Zo krijg je direct het antwoord 70.
De nultruc werkt bij iedere som:
- 3 × 10 = 30.
- 6 × 10 = 60.
- 9 × 10 = 90.
Ontdek het patroon van de tafel van 10
Alle uitkomsten eindigen op een nul. Het tiental wordt bij iedere volgende som één hoger: 10, 20, 30, 40, 50 en zo verder. Daardoor kun je de antwoorden gemakkelijk herkennen en controleren.
Na 6 × 10 = 60 komt bijvoorbeeld 7 × 10 = 70. Tel je daar opnieuw tien bij op, dan krijg je 8 × 10 = 80.
Rekenen met tientallen
De tafel van 10 helpt je om grotere sommen te begrijpen. Tien losse voorwerpen vormen samen één tiental. Bij 4 × 10 heb je vier groepjes van tien. Dat zijn vier tientallen, oftewel 40.
Deze kennis kun je later ook gebruiken bij sommen zoals 12 × 10 = 120 en 25 × 10 = 250. Je zet steeds een nul achter het hele getal.
De tafel van 10 gebruiken bij andere tafels
Met de tafel van 10 kun je ook sommen uit andere tafels uitrekenen. Voor 7 × 9 bereken je eerst 7 × 10 = 70. Daarna trek je 7 van 70 af. Zo ontdek je dat 7 × 9 gelijk is aan 63.
Voor 7 × 11 kun je juist zeven bij 70 optellen. De uitkomst is dan 77. De tafel van 10 is daardoor een handig startpunt voor veel andere keersommen.
De tafel van 10 leren
Lees de sommen eerst een paar keer op volgorde. Bedek daarna de antwoorden en probeer ze zelf te noemen. Oefen vervolgens alle sommen door elkaar. Door op de nul aan het einde te letten, kun je de antwoorden snel vinden én controleren.
Meer oefenen met de tafel van 10
Wil je ook op papier oefenen? Bekijk dan de werkbladen van de tafel van 10. Je kunt ook teruggaan naar de tafel van 9, opnieuw oefenen met de tafel van 5 of alle tafels bekijken op de tafelkaart.
Test jezelf: ken jij de tafel van 10?
Bedenk eerst het antwoord en klik daarna op de som om jezelf te controleren.
Hoeveel is 1 × 10?
Antwoord: 10
Hoeveel is 2 × 10?
Antwoord: 20
Hoeveel is 3 × 10?
Antwoord: 30
Hoeveel is 4 × 10?
Antwoord: 40
Hoeveel is 5 × 10?
Antwoord: 50
Hoeveel is 6 × 10?
Antwoord: 60
Hoeveel is 7 × 10?
Antwoord: 70
Hoeveel is 8 × 10?
Antwoord: 80
Hoeveel is 9 × 10?
Antwoord: 90
Hoeveel is 10 × 10?
Antwoord: 100